“Eens het vertrouwen er is, gaat het meestal heel goed”

Thea Pipeleers

Thea Pipeleers

Ouderparticipatie is belangrijk in elke school. Telt de school veel kinderen van allochtone afkomst, dan is een goede band met de ouders nog crucialer. Zo ook in de Europaschool in Genk. De Europaschool zet sterk in op taalontwikkeling, talenten, creativiteit en een brede en rijke leer- en leefomgeving voor alle kinderen. Thea Pipeleers, zorgcoördinator van de kleuterafdeling, vertelt er alles over.

“Ik werk sinds 1989 in de Europaschool in Genk. Bijna alle kinderen die hier schoollopen zijn van Turkse of Marokkaanse afkomst. De jongste jaren verwelkomen we ook  kinderen uit Pakistan, Macedonië, Tsjetsjenië,… In die multiculturele context is ouderparticipatie extra belangrijk.

Sinds 1992 al organiseren we koffie-ochtenden. Het doel hiervan is laagdrempelig informatie te geven aan de ouders en hen te motiveren om hun kinderen naar de kleuterschool te blijven sturen. Door de inzet van directeur Tony Schildermans, die sinds vorig jaar met pensioen is, werd dit snel een succes. Vandaag komen hier dagelijks ouders over de vloer en hebben we een intensieve ouderwerking.

Zo zijn er zowel voor de Marokkaanse als de Turkse gemeenschap moedergroepen opgericht. De Turkse moedergroep wordt geleid door een kleuterjuf van Turkse afkomst. Zij kent de taal en de cultuur door en door, wat een groot voordeel is.  Ik leid zelf de Marokkaanse moedergroep, met de hulp van een tolk van de stad Genk. De moeders bepalen zelf de onderwerpen. Dat kan opvoedkundig zijn, bijvoorbeeld: hoe stel je grenzen aan je kinderen, hoe zorg je ervoor dat ze op tijd gaan slapen. Maar het kan ook breder gaan: over gezond ontbijten, bijvoorbeeld.

Ook de vaders vergeten we niet. Twintig jaar geleden zag je hier nauwelijks vaders op school, maar vandaag is dat anders. Veel vaders brengen hun kinderen of komen ze halen. Om de betrokkenheid nog te vergroten, organiseren we in juni, kort voor de zomervakantie, telkens een sportdag voor kleuters en hun papa. Dat is een groot succes. Veel vaders nemen speciaal een dagje vrij om deel te kunnen nemen aan de activiteiten op de speelplaats. We doen van alles op die dag. We willen vooral ook tonen dat vaders en kleuters heel wat leuke dingen samen kunnen doen tijdens de vakantie. Bewegen en sporten is bovendien goed voor de motorische ontwikkeling van de kinderen.

Vandaag zoeken we mogelijkheden om ook de Pakistaanse moeders nauwer bij de schoolwerking te betrekken. We zoeken steun bij het CLB en de tolkendienst om met de Pakistaanse moeders tot communicatie te komen.

Als brede school werken we trouwens ook nauw samen met mensen en organisaties uit de wijk. We nemen bijvoorbeeld actief deel aan de kerstmarkt in de wijk. De kleuters geven ook wel eens een dansoptreden voor ouderen in het OCMW-dienstencentrum ‘De Hazelaar’. En tijdens de Week van de Smaak maken de senioren en de kleuters samen lekkere hapjes klaar. Veel kleuters kennen anders niet veel oude mensen: hun grootouders wonen soms nog in Turkije of Marokko.

Er is vrij veel kansarmoede bij de mensen, wat thuis wel eens voor stress kan zorgen. Ook bij de kleuters. We proberen daar op school iets aan te doen, bijvoorbeeld met de snoezelruimte, waar kinderen tot rust kunnen komen met relaxatie- en ademhalingsoefeningen. We praten daarover met de ouders en geven hen tips hoe ze hun kinderen kunnen ondersteunen en bijstaan. We leggen de drempel zo laag mogelijk. En dat werkt. De ouderbetrokkenheid is hier erg groot.

Al blijven er natuurlijk altijd mensen die moeilijk bereikbaar zijn. Ouders die nooit naar een activiteit of een ouderavond komen. Voor die mensen doen we een extra inspanning: we bellen ze op, we proberen een gesprek aan te knopen. En die inspanningen worden op prijs gesteld door de meeste ouders. Eens het vertrouwen er is, gaat het meestal heel goed.

Ook in de Europaschool is elk kind uniek en krijgt het alle kansen om zijn talenten te ontwikkelen. Iedereen die zijn best doet, wordt beloond. En ook daar betrekken we graag de ouders bij.”

“Ik ga de leerlingen missen. En het belsignaal”

Marcella Kenis

Marcella Kenis

“Ik ben mijn hele loopbaan het GO! trouw gebleven. Een bewuste keuze. Ik liep als tiener school in een streng katholieke instelling. ‘Dat nooit meer’, heb ik mij toen voorgenomen. Het lag natuurlijk aan de school, niet zozeer aan het net, maar toch heeft die ervaring mijn verknochtheid aan het GO! mee bepaald.

Terugkijkend nu ik met pensioen ga, is mijn keuze voor het onderwijs de beste keuze die ik ooit gemaakt heb. Ik ben voor het onderwijs geboren. Ik heb Nederlands, Engels en geschiedenis gestudeerd, maar ik heb alleen de taalvakken gegeven. De eerste drie jaar heb ik Limburg doorkruist van school naar school. Uiteindelijk ben ik in Beverlo beland. Ik gaf er les aan de laatste twee jaar beroepsonderwijs. We hadden een geëngageerde, goede directeur, maar jammer genoeg moest de school elf jaar geleden de deuren sluiten omdat ze door de ‘witte vlucht’ een ‘zwarte school’ geworden was, met 100% migrantenkinderen. Met tranen in de ogen hebben we er deur achter ons dicht getrokken.

Ik woonde toen in Sint-Truiden, maar ik kreeg een nieuwe plaats als leerkracht in Leopoldsburg en in Lommel, 75 kilometer van huis! Ik ben dan maar zelf begonnen te solliciteren en ik was heel gelukkig toen ik in het KTA Sint-Truiden aan de slag kon in het beroepsonderwijs. KTA Domein Speelhof is een prachtige school, heel mooi ingericht en voorzien van moderne leermiddelen De directie werkt vanuit een visie waar ik mij helemaal in kon vinden: de leerling staat centraal!

Een extra geluk was dat ik er ook het nieuwe vak PAV mocht geven. Ik heb dat tot op het einde van mijn loopbaan gedaan. PAV geeft je de kans om gericht en functioneel een aantal praktische dingen mee te geven aan de leerlingen. Altijd aan beroepsleerlingen, in mijn geval. Ik ben helemaal vergroeid met ‘het beroeps’. De leerlingen zijn er zo open en eerlijk. Je hoeft bij hen niet met onzin af te komen. Ik ging ook graag mee in de ateliers kijken. Ja, ik heb het gevoel dat ik meer geleerd heb van hen dan zij van mij!

Ach, ik vond alles leuk aan het onderwijs. Leerkracht zijn is ook een beetje theater spelen hé. En de leerlingen hebben er iets aan.

Ik was ook mentor voor startende leerkrachten. Daardoor was ik van maandag 8 uur tot vrijdagavond bijna constant in de school aanwezig. Alleen de administratie vond ik er soms teveel aan. Ik ben zelf nogal chaotisch van nature. Voor mij was Smartschool dan ook een zegen, want het systeem verplicht je als het ware tot structuur.

Ik geef jonge collega’s graag de raad om te vertrekken vanuit wat de leerlingen kennen en kunnen. Dat is véél meer dan wij doorgaans aannemen. Als leerkracht moeten we proberen daar op in te spelen, als een soort van begeleider van de leerlingen die op pad zijn. Onderwijs is meer dan kennisoverdracht. Het gaat om attitudes en vaardigheden, om een kritische ingesteldheid, om zelfkritisch te leren zijn… Jonge leerkrachten doen er daarom goed aan zich niet al te zeer vast te bijten in hun vakgebied, maar om oog te hebben voor al het talent dat voor hen zit.

Wat ik het meest ga missen? De leerlingen natuurlijk. Maar ook het belsignaal, de sfeer als je door de gangen loopt, het drukke gedoe. Maar ik hou contact met mijn school hoor!”

“Doe je best en blijf jezelf!”

Herman Paternoster

Herman Paternoster

“Ik ben ingenieur van opleiding. Ik herinner me mijn eerste lesuur voor de klas nog levendig, alsof het gisteren was. Ik stond voor het derde jaar beroepsonderwijs en gaf het vak elektriciteit. Ik zie de leerlingen nog uitsluitend naar elkaar kijken en kwetteren als dolle mussen. Ze hadden totaal geen interesse voor de les! Ja, ik heb daar moeten aan werken. Wat autoriteit laten gelden en een vertrouwensband doen groeien. Dat ligt allemaal nogal delicaat in het begin. Als je het onhandig aanpakt, kan je een heel schooljaar lang last van hebben.

De laatste jaren heb ik acht uur per week les gegeven in het TSO aan het KTA Kapellen: theoretische elektriciteit aan de tweede en derde graad. Vooral met de tweede graad heb ik een goede band. Die jonge gasten én een meisje van 14-15 jaar zijn heel leergierig en volop bezig het leven te ontdekken. Als leerkracht krijg je bijna als vanzelf een soort van vaderrol toebedeeld. En daar hou ik wel van. Zeker als je voelt dat je aanpak op prijs gesteld wordt. Het mooiste aan leerkracht zijn, is het lesgeven zelf. Het gevoel dat je iets kunt bijdragen op het vlak van kennis en maatschappelijk inzicht. Sommige leerlingen moeten helaas ook aanvullende opvoeding krijgen.

Sinds jaren ben ik ook twaalf uur per week actief als GOK-coördinator voor het gelijke onderwijskansenbeleid op school. Ik werk hiervoor samen met een tiental collega’s. Er is een duidelijke evolutie op dat vlak. De school is erg divers geworden en het is niet altijd even gemakkelijk om de leerlingen naast hun rechten ook op hun plichten te wijzen. We zijn uiteraard zeer bekommerd om alle zwakkere en kansarme leerlingen. Maar dat gaat helaas ten koste van de middenmoot en de sterkere leerlingen. Deze krijgen in verhouding te weinig aandacht en over het algemeen kan er minder diep ingegaan worden op de leerstof. Oudere leerkrachten klagen daar wel eens over onder elkaar. Jongere collega’s kunnen natuurlijk niet vergelijken met vroeger.

Als ik één korte tip mag geven aan jonge collega’s: doe je best en blijf jezelf. Elke leerkracht heeft zijn/haar eigen karakter en eigenschappen. Het komt erop aan die optimaal te ontwikkelen en flexibel te blijven ten opzichte van al de veranderingen die op ons afkomen. Zelf heb ik op het einde van mijn loopbaan als laatste “lesopdracht” een studietoezicht gehouden bij uitsluitend OKAN-leerlingen, anderstalige nieuwkomers. Het verschil met mijn allereerste leservaring, meer dan een kwarteeuw geleden, kon niet groter zijn!

Ik ben bijna 59 jaar. Ik had er best nog een jaar bij willen doen, maar ik woon nogal ver van school en ik heb in de winter van dit jaar een levensbedreigend incident meegemaakt op de autosnelweg. Dat heeft mijn beslissing om ermee te stoppen beïnvloed. Maar ik kijk met genoegen en met dankbaarheid terug op mijn loopbaan in het onderwijs.”

“Er zijn voor elkaar, dat maakt het verschil”

GuyReynaerts_web“Ik ben begonnen als leerkracht zedenleer in Dendermonde. Later heb ik onder meer in Eeklo gestaan en in Zelzate. De laatste vijftien jaar was ik leraar Frans en geschiedenis aan de middenschool campus Kompas in Wetteren.

Om eerlijk te zijn, ik heb getwijfeld of ik al zou stoppen. Ik ben zestig jaar. Maar als ik zie hoeveel jonge mensen staan te popelen om het over te nemen… Ik heb mijn job altijd met hart en ziel gedaan. Ik ben in 39 jaar loopbaan maar tien dagen afwezig geweest door ziekte. Dat zegt toch wat.

Het mooie aan leerkracht zijn is dat je, omringd door kinderen en jongeren, zelf ook jong van hart blijft. Dan mag je natuurlijk niet op automatische piloot vliegen. Ik heb mijn lessen altijd boeiend proberen te houden, ook voor mezelf. Door variatie in te bouwen, mee te blijven en geregeld mijn cursus bij te sturen. Vooral het vak geschiedenis biedt veel mogelijkheden om aansluiting te vinden bij de leerlingen.
Aan Frans hadden mijn leerlingen uit de eerste graad beroepsonderwijs minder. Al heb ik ook hier initiatief genomen. Vroeger trok de school elk jaar vijf dagen naar Londen. Een collega was met de organisatie daarvan begonnen en ik sprong hem bij. Toen die collega de school verliet, heb ik de organisatie op mij genomen. Sindsdien gaan we met de leerlingen van de eerste graad elk jaar vijf dagen naar Parijs. Nu ik een punt achter mijn loopbaan zet, weet ik niet of een jongere collega de organisatie van die uitstap zal overnemen. Ik hoop van wel.

De laatste jaren als leerkracht waren misschien wel mijn mooiste. Een goede directie, een goed team collega’s… Dat is van onschatbare waarde. Er zijn voor elkaar, elkaar vooruit helpen,… Dat maakt het verschil.
Het enige waar ik al eens mee worstel, zijn de nieuwe elektronische snufjes. Ik merk dat ook bij collega’s van mijn generatie. Smartschool is heel handig en dat lukt wel, maar ooit ben ik er toch in geslaagd om mijn antwoord op een vraag van een ouder per abuis naar alle leerlingen van de klas te sturen. Gelukkig zonder erg, maar toch. Je voelt als ietwat oudere leerkracht dat je niet even vlot met die nieuwe elektronische middelen ‘speelt’ als de jongere collega’s.

Wat ik jongere leerkrachten op het hart wil drukken nu ik vertrek, is om altijd de moeite te doen om naar elkaar te luisteren als collega’s. Leren van elkaar maakt ons zoveel sterker. Al moet je jezelf soms ook de tijd gunnen. Als het even moeilijk gaat: niet te vlug opgeven. Je leert het vak met de tijd.”

“Fingerspitzengefühl is belangrijk”

Nik Van Extergem

Nik Van Extergem

“Tom De Winne was een leerkracht economie die ook lichamelijke opvoeding gaf. Een vreemde combinatie inderdaad, maar ik heb hem alleen als leerkracht LO gehad. Ik heb hem onlangs toevallig nog eens ontmoet en dat verliep bijzonder hartelijk. Het is door hem dat ik zelf leerkracht LO geworden.

Ik weet niet precies hoe hij het deed, maar Tom De Winne slaagde er altijd in om de leerlingen mee te krijgen. Welke sport of welk spel ook op het programma stond, het lukte hem telkens weer om ons allemaal enthousiast te maken. Dat ging heel natuurlijk, bijna als vanzelf. De sfeer in de groep was prima.

Ook ik probeer als leerkracht op een natuurlijke manier les te geven. Je moet dan wel boven je leerlingen staan, toch geef je beter niet het gevoel dat je hen iets oplegt. Je moet ze kunnen boeien met je lessen, de juiste oefeningen zoeken, jezelf voortdurend bijsturen. Ja, daar kruipt wat voorbereiding in. Ik volg ook geregeld bijscholingen.
Ik probeer niet bewust om het verschil te maken voor de leerlingen, maar ergens hoop ik wel dat dat lukt. Je kunt niet krampachtig respect proberen af te dwingen, je moet dat verdienen. Als je slecht voorbereid bent, dan hebben de leerlingen dat meteen door. Of als ze het gevoel hebben dat je hen iets verplicht, dan haken ze af. Je kunt ze wel iets vragen, maar niet eisen. Dat werkt niet.

Ja, het is een dunne lijn. Je hebt er Fingerspitzengefühl voor nodig. Soms lukt het, soms niet. En dan moet je je herpakken en zorgen dat je er de volgende les weer helemaal staat. Maar als het wel lukt, dan geeft dat veel voldoening.
Leerlingen kunnen erg dankbaar zijn. Ik geef bijvoorbeeld ook les aan anderstalige nieuwkomers. Geen gemakkelijke opdracht, want je moet de dingen soms letterlijk met handen en voeten uitleggen. Maar die jongens en meisjes geven zich volledig en komen je na elke les expliciet bedanken. Dat geeft je zoveel energie… Ik laat de anderstalige nieuwkomers kennismaken met onze sporten: voetbal, frisbee, korfbal,… Onlangs stelde een leerling voor om eens cricket te spelen. Ik moest bekennen dat ik de spelregels niet kende, maar die leerling nam het initiatief en legde mij en de leerlingen alles haarfijn uit. Het bleek een heel leuke sport te zijn en binnenkort gaan we met de leerlingen een wedstrijd cricket spelen in het asielcentrum in Kapelle. Dat zijn mooie belevenissen!”

“Leerlingen moeten zich goed kunnen voelen”

Cas Vervaeren

Cas Vervaeren

“Er zijn veel leerkrachten die ik wil bedanken. Als ik er één moet uitpikken, dan kies ik voor Luc Vandenhoeck. Hij gaf ons o.a. elektriciteit en labo in de derde graad. Ik vond dat een moeilijk vak, maar hij bracht het op een ongelooflijk inspirerende manier. De uren vlogen voorbij als hij voor de klas stond. Het leek alsof het hem geen moeite kostte en hij had altijd aandacht en tijd voor een persoonlijke aanpak.  Ik herinner me dat ik op een gegeven moment dacht: dit wil ik later ook doen.
Mijnheer Vandenhoeck gaf ons een zekere mate van vrijheid. Veel leerkrachten gingen uiterst directief tewerk: eerst dit, dan dat. Mijnheer Vandenhoeck zei echter: “Dit zijn de oefeningen, zorg dat ze klaar zijn tegen die datum.” Wij mochten zelf kiezen wat we wanneer zouden doen, zolang we maar op tijd klaar waren. Een gevoel van vrijheid dus en tegelijk gecontroleerd. Didactisch is dat goed doordacht, maar als leerling heb je dat niet door. Ook in zijn huidige functie op het ministerie van Onderwijs en Vorming, waar hij het project ‘Go4talent’ leidt, stelt hij passie voor het vak en een waarderende aanpak voor leerlingen centraal.

Als leerkracht heb ik mijn eigen persoonlijke aanpak, maar toch probeer ik goede praktijken die ik bij andere leerkrachten zie in mijn lessen te integreren. Context is belangrijk. Ik wou mijn leerlingen ook graag een zekere mate van vrijheid geven, maar ik heb ervaren dat ze daar in het begin van het schooljaar nog niet klaar voor zijn. Nu we elkaar al maanden kennen en de verwachtingen duidelijk zijn, lukt dat beter. Dat soort fouten maakt elke jonge leerkracht, maar dat maakt je sterker en beter.

Soms kun je als leerkracht echt het verschil maken. Elk jaar organiseert onze school ‘doe-dagen’. Tijdens deze ‘doe-dagen’ komen verschillende leerlingen van het 5de en het 6de leerjaar en van de 1ste graad secundair onderwijs workshops volgen i.v.m. techniek en maken ze kennis met onze school. Als je de leerlingen dan aan het werk ziet met de verschillende proefjes en hun ogen ziet blinken, geeft dat enorm veel voldoening. Zo kan je als leerkracht bijdragen tot de ontwikkeling van deze kinderen.

Ook op persoonlijk vlak kun je van grote betekenis zijn. Jongeren hebben vaak hun eigen problemen en als je als leerkracht een luisterend oor kunt bieden, dan stellen ze dat erg op prijs. Natuurlijk moet je een grens trekken, maar je mag het menselijke aspect niet uit het oog verliezen. Leerlingen moeten zich goed kunnen voelen in de klas. Hun gevoel van eigenwaarde is soms erg kwetsbaar. We moeten daar rekening mee houden, ze vertrouwen geven en ‘er zijn’ als dat nodig is.”

“Een blijvende passie voor wetenschap”

Karen Parmentier

Karen Parmentier

“Ik liep school in het Koninklijk Atheneum Pegasus in Oostende. Van het eerste tot het vierde jaar kreeg ik er les van mevrouw Verheye. Zij gaf biologie en chemie. Op een of andere manier wist ze haar lessen zo boeiend te maken, dat ze mij voorgoed een passie voor de wetenschap heeft bijgebracht. Ik ben haar daar heel dankbaar voor.

Mevrouw Verheye stond bekend als een strenge leerkracht met veel gezag. Iedereen had respect voor haar. Ze kreeg de klas zonder moeite stil. Tegelijk slaagde ze erin een heel aparte sfeer te creëren tijdens de lessen. Ze maakte vaak gebruik van wetenschappelijke proeven om iets uit te leggen, en dat deed ze op een manier dat het op toveren leek. Ze verbaasde en verraste ons telkens weer.

Later heb ik ook stage bij haar gelopen. Ze gaf me heel wat tips. Zo vertelde ze me dat als je in de les biologie een dissectie wil uitvoeren op een hart, dat je dat dan niet meteen moet vertellen maar het orgaan eerst een tijdje op de tafel mysterieus onder een handboek moet verbergen. Zo speel je het verrassingselement optimaal uit en geef je een leuke spanningsboog aan je les.

Vandaag geef ik zelf fysica en wiskunde aan het Atheneum en aan de Middenschool in Oostende. Ik probeer net als mevrouw Verheye de lessen boeiend te maken, al doe ik dat uiteraard vanuit mijn eigen persoonlijkheid. Natuurlijk wil ik ook het verschil maken voor de leerlingen. Ik wil ze graag de liefde voor de wetenschap bijbrengen op een manier dat ze er echt iets aan hebben. Dat ze er later iets mee aan kunnen vangen. De wetenschap biedt zoveel mogelijkheden. Ja, ik ben er nog altijd door gepassioneerd. En die passie wil ik overbrengen.

Ik sta vrij dicht bij de leerlingen. Ik praat met hen en ik ben oprecht geïnteresseerd in wat hen bezighoudt. Ik merk dat de leerlingen dat op prijs stellen. Het is al gebeurd dat een ex-leerling nog eens feedback komt vragen op een werk dat hij moest maken. Dat doe ik dan met veel plezier.

Ik engageer me ook nog altijd voor de MOS-werkgroep op het Atheneum. MOS staat voor Milieu Op School. Onze acties kennen meer en meer succes. We proberen leerlingen te overtuigen om met de fiets naar school te komen, om voor duurzame verpakkingen te kiezen enzovoort. We doen dat met ludieke acties en sensibiliserende wedstrijden en zo. Het is een werk van lange adem, maar ik geloof er wel in. Ook in mijn lessen maak ik geregeld de link, bijvoorbeeld door het thema duurzaamheid centraal te stellen. Ook daar kun je als leerkracht een verschil maken.”