“Fingerspitzengefühl is belangrijk”

Nik Van Extergem

Nik Van Extergem

“Tom De Winne was een leerkracht economie die ook lichamelijke opvoeding gaf. Een vreemde combinatie inderdaad, maar ik heb hem alleen als leerkracht LO gehad. Ik heb hem onlangs toevallig nog eens ontmoet en dat verliep bijzonder hartelijk. Het is door hem dat ik zelf leerkracht LO geworden.

Ik weet niet precies hoe hij het deed, maar Tom De Winne slaagde er altijd in om de leerlingen mee te krijgen. Welke sport of welk spel ook op het programma stond, het lukte hem telkens weer om ons allemaal enthousiast te maken. Dat ging heel natuurlijk, bijna als vanzelf. De sfeer in de groep was prima.

Ook ik probeer als leerkracht op een natuurlijke manier les te geven. Je moet dan wel boven je leerlingen staan, toch geef je beter niet het gevoel dat je hen iets oplegt. Je moet ze kunnen boeien met je lessen, de juiste oefeningen zoeken, jezelf voortdurend bijsturen. Ja, daar kruipt wat voorbereiding in. Ik volg ook geregeld bijscholingen.
Ik probeer niet bewust om het verschil te maken voor de leerlingen, maar ergens hoop ik wel dat dat lukt. Je kunt niet krampachtig respect proberen af te dwingen, je moet dat verdienen. Als je slecht voorbereid bent, dan hebben de leerlingen dat meteen door. Of als ze het gevoel hebben dat je hen iets verplicht, dan haken ze af. Je kunt ze wel iets vragen, maar niet eisen. Dat werkt niet.

Ja, het is een dunne lijn. Je hebt er Fingerspitzengefühl voor nodig. Soms lukt het, soms niet. En dan moet je je herpakken en zorgen dat je er de volgende les weer helemaal staat. Maar als het wel lukt, dan geeft dat veel voldoening.
Leerlingen kunnen erg dankbaar zijn. Ik geef bijvoorbeeld ook les aan anderstalige nieuwkomers. Geen gemakkelijke opdracht, want je moet de dingen soms letterlijk met handen en voeten uitleggen. Maar die jongens en meisjes geven zich volledig en komen je na elke les expliciet bedanken. Dat geeft je zoveel energie… Ik laat de anderstalige nieuwkomers kennismaken met onze sporten: voetbal, frisbee, korfbal,… Onlangs stelde een leerling voor om eens cricket te spelen. Ik moest bekennen dat ik de spelregels niet kende, maar die leerling nam het initiatief en legde mij en de leerlingen alles haarfijn uit. Het bleek een heel leuke sport te zijn en binnenkort gaan we met de leerlingen een wedstrijd cricket spelen in het asielcentrum in Kapelle. Dat zijn mooie belevenissen!”

“Leerlingen moeten zich goed kunnen voelen”

Cas Vervaeren

Cas Vervaeren

“Er zijn veel leerkrachten die ik wil bedanken. Als ik er één moet uitpikken, dan kies ik voor Luc Vandenhoeck. Hij gaf ons o.a. elektriciteit en labo in de derde graad. Ik vond dat een moeilijk vak, maar hij bracht het op een ongelooflijk inspirerende manier. De uren vlogen voorbij als hij voor de klas stond. Het leek alsof het hem geen moeite kostte en hij had altijd aandacht en tijd voor een persoonlijke aanpak.  Ik herinner me dat ik op een gegeven moment dacht: dit wil ik later ook doen.
Mijnheer Vandenhoeck gaf ons een zekere mate van vrijheid. Veel leerkrachten gingen uiterst directief tewerk: eerst dit, dan dat. Mijnheer Vandenhoeck zei echter: “Dit zijn de oefeningen, zorg dat ze klaar zijn tegen die datum.” Wij mochten zelf kiezen wat we wanneer zouden doen, zolang we maar op tijd klaar waren. Een gevoel van vrijheid dus en tegelijk gecontroleerd. Didactisch is dat goed doordacht, maar als leerling heb je dat niet door. Ook in zijn huidige functie op het ministerie van Onderwijs en Vorming, waar hij het project ‘Go4talent’ leidt, stelt hij passie voor het vak en een waarderende aanpak voor leerlingen centraal.

Als leerkracht heb ik mijn eigen persoonlijke aanpak, maar toch probeer ik goede praktijken die ik bij andere leerkrachten zie in mijn lessen te integreren. Context is belangrijk. Ik wou mijn leerlingen ook graag een zekere mate van vrijheid geven, maar ik heb ervaren dat ze daar in het begin van het schooljaar nog niet klaar voor zijn. Nu we elkaar al maanden kennen en de verwachtingen duidelijk zijn, lukt dat beter. Dat soort fouten maakt elke jonge leerkracht, maar dat maakt je sterker en beter.

Soms kun je als leerkracht echt het verschil maken. Elk jaar organiseert onze school ‘doe-dagen’. Tijdens deze ‘doe-dagen’ komen verschillende leerlingen van het 5de en het 6de leerjaar en van de 1ste graad secundair onderwijs workshops volgen i.v.m. techniek en maken ze kennis met onze school. Als je de leerlingen dan aan het werk ziet met de verschillende proefjes en hun ogen ziet blinken, geeft dat enorm veel voldoening. Zo kan je als leerkracht bijdragen tot de ontwikkeling van deze kinderen.

Ook op persoonlijk vlak kun je van grote betekenis zijn. Jongeren hebben vaak hun eigen problemen en als je als leerkracht een luisterend oor kunt bieden, dan stellen ze dat erg op prijs. Natuurlijk moet je een grens trekken, maar je mag het menselijke aspect niet uit het oog verliezen. Leerlingen moeten zich goed kunnen voelen in de klas. Hun gevoel van eigenwaarde is soms erg kwetsbaar. We moeten daar rekening mee houden, ze vertrouwen geven en ‘er zijn’ als dat nodig is.”

“Een blijvende passie voor wetenschap”

Karen Parmentier

Karen Parmentier

“Ik liep school in het Koninklijk Atheneum Pegasus in Oostende. Van het eerste tot het vierde jaar kreeg ik er les van mevrouw Verheye. Zij gaf biologie en chemie. Op een of andere manier wist ze haar lessen zo boeiend te maken, dat ze mij voorgoed een passie voor de wetenschap heeft bijgebracht. Ik ben haar daar heel dankbaar voor.

Mevrouw Verheye stond bekend als een strenge leerkracht met veel gezag. Iedereen had respect voor haar. Ze kreeg de klas zonder moeite stil. Tegelijk slaagde ze erin een heel aparte sfeer te creëren tijdens de lessen. Ze maakte vaak gebruik van wetenschappelijke proeven om iets uit te leggen, en dat deed ze op een manier dat het op toveren leek. Ze verbaasde en verraste ons telkens weer.

Later heb ik ook stage bij haar gelopen. Ze gaf me heel wat tips. Zo vertelde ze me dat als je in de les biologie een dissectie wil uitvoeren op een hart, dat je dat dan niet meteen moet vertellen maar het orgaan eerst een tijdje op de tafel mysterieus onder een handboek moet verbergen. Zo speel je het verrassingselement optimaal uit en geef je een leuke spanningsboog aan je les.

Vandaag geef ik zelf fysica en wiskunde aan het Atheneum en aan de Middenschool in Oostende. Ik probeer net als mevrouw Verheye de lessen boeiend te maken, al doe ik dat uiteraard vanuit mijn eigen persoonlijkheid. Natuurlijk wil ik ook het verschil maken voor de leerlingen. Ik wil ze graag de liefde voor de wetenschap bijbrengen op een manier dat ze er echt iets aan hebben. Dat ze er later iets mee aan kunnen vangen. De wetenschap biedt zoveel mogelijkheden. Ja, ik ben er nog altijd door gepassioneerd. En die passie wil ik overbrengen.

Ik sta vrij dicht bij de leerlingen. Ik praat met hen en ik ben oprecht geïnteresseerd in wat hen bezighoudt. Ik merk dat de leerlingen dat op prijs stellen. Het is al gebeurd dat een ex-leerling nog eens feedback komt vragen op een werk dat hij moest maken. Dat doe ik dan met veel plezier.

Ik engageer me ook nog altijd voor de MOS-werkgroep op het Atheneum. MOS staat voor Milieu Op School. Onze acties kennen meer en meer succes. We proberen leerlingen te overtuigen om met de fiets naar school te komen, om voor duurzame verpakkingen te kiezen enzovoort. We doen dat met ludieke acties en sensibiliserende wedstrijden en zo. Het is een werk van lange adem, maar ik geloof er wel in. Ook in mijn lessen maak ik geregeld de link, bijvoorbeeld door het thema duurzaamheid centraal te stellen. Ook daar kun je als leerkracht een verschil maken.”

“Leerlingen laten inzien dat ze méér kunnen dan ze denken”

Sarah Buelens

Sarah Buelens

“Ik heb veel te danken aan mijn vroegere leerkracht economie Johan Mestdagh. Ik volgde de richting ‘economie-moderne talen’ in het ASO. Ik droomde ervan om later Toegepaste Economische Wetenschappen (TEW) te studeren, maar veel mensen waarschuwden me dat dat veel te zwaar zou zijn voor iemand die ‘economie-moderne talen’ deed. Mijn leerkracht Johan Mestdagh geloofde er wel in. Hij motiveerde mij om door te zetten. En dat heb ik dan ook gedaan. Ik wist dat ik het vooral met wiskunde lastig zou krijgen, en daar heb ik mij dan ook extra voor ingezet. Ik heb mijn studies TEW met succes voltooid.

Vandaag sta ik als leerkracht in het KTA Wollemarkt in Mechelen. De context is hier totaal anders dan in mijn vroegere school. Ik geef toegepaste economie en boekhouden in het BSO en het TSO. Maar ook ik probeer vandaag mijn leerlingen te motiveren. Heel wat studenten hebben een laag zelfbeeld en ik wil ze laten inzien dat ze meer kunnen dan ze denken. Ik zeg hen dat ook geregeld.

Als leerkracht in het BSO en het TSO wil ik niet zozeer het verschil maken op het vlak van kennis, maar veeleer in het dagelijkse leven van de leerlingen. Ik wil ze helpen om de dingen aan te pakken in het leven. Een vak als toegepaste economie laat mij bijvoorbeeld toe om goede raad en tips te geven over huurcontracten, zodat ze daar later iets aan hebben.

Ja, als master TEW had ik professioneel een totaal andere kant op gekund. Ik was aanvankelijk ook niet echt van plan om onmiddellijk leerkracht te worden. Toen ik afstudeerde vond ik mezelf nog te jong om te gaan werken en daarom heb ik toen een lerarenopleiding gevolgd. En dat bleek me erg aan te spreken. Ik hou van mijn job. Ik wil iets moeilijks en complex als economie op een eenvoudige en bevattelijke manier uitleggen, zodat de jongeren er iets mee aan kunnen vangen. Ik heb daar ook al een mooi compliment over gekregen van een leerling, die vond dat ik moeilijke theorie klaar en duidelijk kon uitleggen.

Onlangs was er een meisje in de klas dat geregeld zei hoe saai ze het vak economie wel vond. “Die contracten komen mij de oren uit”, zei ze me. Maar op een dag kwam ze naar me toe. Haar zus was op zoek naar een huurhuis en ze waren samen naar een immokantoor geweest. Daar had ze enkele pertinente vragen kunnen stellen en de man van het immokantoor had haar daar een pluim voor gegeven. Ze had het gevoel dat ze mee kon praten en ze was daar trots op. Op zo’n momenten weet je waarom je voor de klas staat.”

“Ook de ouders tonen ons hun appreciatie”

Ann Guisson

Ann Guisson

“Er zijn veel leerkrachten waar ik goede herinneringen aan bewaar, maar twee springen er toch wat uit. De eerste is mijnheer Matheve, de leerkracht Nederlands die mij de liefde voor dat vak heeft bijgebracht. Vandaag geef ik zelf Nederlands, en ik probeer dat even goed te doen als hij vroeger. Vooral het af en toe inlassen van een ontspannend moment tijdens de les, geeft goede resultaten. Zo lees ik wel eens een fragment uit een boek voor, zodat de leerlingen zich wat kunnen ontspannen.

De tweede leerkracht die ik wil vermelden is mevrouw Ann Hellinckx, leerkracht economie. Zij hechte veel belang aan een goede kennisoverdracht, maar op de een of andere manier slaagde zij er ook in om dicht bij de leerlingen te staan. Ze maakte op die manier van economie een plezant vak. Ik heb van haar ook geleerd om niet te veel te vitten op de leerlingen, om niet altijd het uiterste van hen te vragen. Uiteindelijk bereik je op die manier meer.

Toch ben ik tamelijk veeleisend in de klas. Ik vind het nodig om strikt zijn, maar ik probeer tegelijk om niet te streng te zijn en een luisterend oor te bieden.

Wat ik mijn leerlingen onder meer graag wil bijbrengen, is om in bepaalde situaties toch gezag te aanvaarden. Dat is belangrijk in klas, maar vooral later in een werksituatie. Het is niet altijd gemakkelijk om die juiste attitudes bij te brengen. Ik geef les in het SIBBO in Tongeren, aan kinderen met autisme van het eerste en tweede jaar middelbaar. Deze jongeren begrijpen dikwijls niet meteen wat je van hen verwacht. Soms denken ze dat het zo’n vaart wel niet zal lopen als je iets vertelt. Maar als je ze dan later confronteert met de gevolgen, dan schrikken ze even. Je moet dus echt je tijd nemen en voortdurend uitleggen wat je wilt en waarom.

Maar het is ook een heel dankbare doelgroep om voor te werken. Veel van die jongeren zeggen graag en veel ‘dank je wel’, anderen tonen het op hun manier. Ook met de ouders hebben wij een hechte band. De ouders beseffen dat wij ons erg inzetten voor hun kinderen en ze tonen ons hun appreciatie als we oplossingen kunnen aanreiken. Dat is wel fijn, natuurlijk.”

“De kneepjes van het vak al doende leren”

 

Veerle Verjans

Veerle Verjans

“Mijn eerste baan in het onderwijs was een vervanging. Ik vond van mezelf dat ik op dat moment over de nodige bagage beschikte, maar ik had wel erg het gevoel dat ik nog iemand nodig had om die bagage te helpen uitpakken. Ja, in het begin was het wat moeilijk op die eerste school. Ik had soms het gevoel er alleen voor te staan. Weet je, als jonge leerkracht verandert er van alles op heel korte tijd. Je hebt gedaan met studeren, je verlaat het ouderlijke huis, je gaat samenwonen, je hebt je eerste baan te pakken, je staat voor het eerst voor een eigen klas… Dat zijn allemaal grote stappen op een heel korte tijd. Dat maakt het extra zwaar, vind ik.

Toen ik in het SIBBO in Tongeren kwam, werd ik gelukkig wel heel goed ondersteund. Ik geef het vak grootkeuken aan het eerste jaar middelbaar. Van in het begin was er op school iemand die naar me luisterende en die ik kon aanspreken als ik een vraag had. Dat is geen overbodige luxe. Want als startende leerkracht heb je nogal wat vragen, zowel van praktische aard als op het pedagogische vlak. In het SIBBO ervaar ik een grote collegialiteit onder de leerkrachten. De mensen zien je graag komen en we werken graag samen. Dat geeft een goed gevoel.

Ik heb me in het begin weleens onveilig gevoeld, maar vooral onzeker. Niet constant, maar toch. Ik denk dat elke jonge leerkracht dat gevoel wel kent: doe ik het goed? Ben ik goed bezig? Dat gevoel is nu grotendeels over. Ik vertrouw vandaag al meer op eigen kunnen. Ik ga niet meer bij elk pedagogisch probleem raad vragen. Na een tijdje moet je op eigen benen kunnen staan. Uiteindelijk leer je de kneepjes van het vak al doende en niet uit allerlei theorieën.

Een goede raad voor beginnende leerkrachten: probeer van meet af aan op je strepen te staan. Durf streng maar rechtvaardig te zijn. Als een leerling iets vraagt en je hebt neen gezegd, blijf daar dan ook bij. Geef niet toe, tenzij je helemaal fout zat, natuurlijk. Maar leerlingen zoeken de grenzen op. Jij moet die grenzen stellen en niet teveel door de vingers zien. Ik krijg van mijn leerlingen wel eens te horen dat ik nu veel ‘liever’ ben dan in het begin. Tja, dat is omdat ze nu beter luisteren natuurlijk. Maar dat komt niet vanzelf.”

“Ik was zelf ook geen gemakkelijke jongen”

Yannis Chovanetz

Yannis Chovanetz

“Ik ben half Ghanees, half Belgisch. Ik heb altijd in België school gelopen en eerlijk gezegd, ik heb het zelf niet gemakkelijk gehad op school. Pas in de laatste schooljaren vond ik een plek waar ik mij goed voelde: in KTA MoBi in Gent. Het is dan ook geen toeval dat ik vandaag hier lesgeef als leerkracht elektriciteit.

Toegegeven, ik was geen gemakkelijke jongen. Ik kon niet met autoriteit om. Ik wou niets opgelegd krijgen. Op een katholieke school kon ik helemaal niet aarden. In het GO! lukte dat al iets beter. Zeker op de hogeschool kreeg je meer vrijheid. Dat was belangrijk voor mij. Ik wilde me vrij en onafhankelijk voelen.

Ja, ik heb een grillig parcours afgelegd. Eerst ASO, daarna hotelschool geprobeerd en nog later informaticabeheer in het TSO. Maar tijdens mijn stage bleek dat toch mijn ding niet te zijn. Ik ben dan elektromechanica gaan studeren. Nog tijdens mijn opleiding begon ik in de weekends in bijberoep als onderhoudstechnieker bij Volvo te werken. Na mijn studies werkte ik een tijdje als technieker in een bedrijf van metaalbewerkingsmachines. Ik heb daar erg veel bijgeleerd, ook door het klantencontact. Daarna ging ik aan de slag bij Imtech, waar ik plannen mocht uittekenen voor de bekabeling van de tv-distributie op nieuwe kavels. Een job met verantwoordelijkheid, want er kan altijd iets mislopen bij ondergrondse werken. Denk maar aan de ramp in Gellingen.

Ik voelde mij goed op mijn werk, maar ik had meteen na mijn studies ook al het plan opgevat om leraar te worden. Ik was echter heel kieskeurig over waar ik les wou geven. Ja, ik heb echt gewacht tot er een plaats vrijkwam in KTA MoBi. Ik geloof in de aanpak van deze school. Er zitten heel wat ‘moeilijke’ leerlingen en dat verplicht de leerkrachten om goed samen te werken. Ik hou van deze jonge gasten. In het ASO is het allicht iets comfortabeler om les te geven, maar dat spreekt mij niet zo aan.

Toch moet ik toegeven dat ik af en toe even opkijk als ik zie hoe weinig respect deze leerlingen soms ook voor elkaar hebben. Vroeger was dat niet zo. Toen vormden de leerlingen als het ware één front tegen de leerkrachten. Vandaag is dat minder het geval, het lijkt wel elk voor zich. Dat is jammer. Ik probeer dan ook bepaalde waarden en normen mee te geven, hoe moeilijk dat ook is. Veel studenten hebben het thuis niet gemakkelijk en hebben vaak ook weinig waarden meegekregen in hun opvoeding. Ook de ouders zijn trouwens moeilijk te bereiken. Ze tekenen de agenda niet, ze komen niet naar het oudercontact… Je moet echt heel actief zijn om toch een band proberen op te bouwen en iets mee te geven.

Ik ben nu bezig aan mijn tweede jaar als leerkracht. Het is zwaar, maar ik doe het heel graag. Zoals elke jonge leraar verdrink ik geregeld in het werk. Vooral omdat ik nog bezig ben met mijn lerarenopleiding. Die combinatie is zwaarder dan ik dacht. Maar de echte leerschool is voor je klas staan. En daar voel ik me thuis.”